Tegenpolen
Via Emilia km. 87.554’ staat er op een opvallend bordeauxrood huisje langs de SS9 geschreven. ‘Wie Emilia-Romagna wil verkennen, moet beslist de Via Emilia nemen’, las ik in Romagna Mitica Terra een boekje dat zichzelf omschrijft als een piccola guida sentimentale.
Zeepkistenrace
Dwars door de rijke en dichtbevolkte streek Emilia-Romagna loopt de A1, een tolweg die de badstad Rimini verbindt met Bologna, Modena en Parma. Maar kies liever voor de Strada Statale 9, oftewel de Via Emilia. Deze weg loopt nog gro-tendeels over het parcours van de vroegere Romeinse heirbaan en geeft je de kans ten volle te genieten van het uitzicht.
We zijn geland op de internationale luchthaven van Bologna en rijden richting de Adriatische Kust. Het landschap is een schaakbord van velden en wijngaarden. Langs onze route liggen tal van steden en dorpen die een stop waard zijn.
Zo is er Castel San Pietro Terme, een pastelkleurig middeleeuws stadje met enkele prachtige pleinen. Castel San Pietro Terme is een wat slaperig stadje en het is moeilijk te geloven dat hier elk jaar een van de belangrijkste sportmanifestaties van de streek wordt gehouden. Elke tweede zondag van september vindt hier de Coppa Terme Trofeo Giuseppe Raggi plaats, een zeepkistenrace in het historische centrum van de stad. De rest van het jaar gaat het er een stuk rustiger aan toe.
Castel San Pietro Terme is vooral bekend als kuuroord: al eeuwenlang wordt het water van de Fegatella-bron geprezen om zijn heilzame werking. ‘In 1337 heerste er een epidemie onder de schapen van het dorp. De dieren genazen door het drinken van het zwavelhoudende water’, vertelt de directeur van het thermaal complex, net buiten het historische centrum. ‘Sindsdien wordt het water gebruikt tegen ademhalingsproblemen, gewrichtspijn en hart- en vaatziekten.’
Ook gastronomen komen aan hun trekken in het stadje. Castel San Pietro Terme is een ambassadeur van de Slow Food-beweging en twee restaurants krijgen van Michelin uitstekend commentaar: Trattoria Trifoglio en Da Willy, het restaurant van het Castello-hotel.
Niet ver van Castel San Pietro Terme ligt Imola, een naam die F1-liefhebbers als muziek in de oren zal klinken. Op de Autodromo Enzo e Dino Ferrari di Imola wordt namelijk jaarlijks de Grote Prijs van San Marino verreden. Ook de stad zelf is een bezoek waard. Je vindt er prachtige lanen, schitterende stadspaleizen en enkele interessante musea.
De ‘faience’ van Faenza
De indrukwekkende Rocca Sforzesca heeft een nieuwe bestemming gekregen als museum. De burcht werd in de dertiende eeuw gebouwd door de Sforza-familie, die ook in het nabijgelegen dorpje Dozza Imolese een soortgelijk bouwwerk naliet. In de burcht van Imola staan gelakt aardewerk en wapens tentoongesteld. Dit aardewerk, in blauw en oker, wordt in het Engels en het Frans faience genoemd, een naam die afkomstig is van de stad Faenza.
In een buitenwijk van Faenza trekt een vreemd gebouw onze aandacht: er staat een grote schoorsteen naast en het dak wordt bewaakt door kopergroene beelden. Een bord geeft aan dat het gaat om de Studio d’Arte Goffredo Gaeta. ‘Il Maestro is er even niet’, verontschuldigt een vrouw zich die de dochter van De Meester blijkt te zijn en ons rondleidt in het atelier, een vroegere waterkrachtcentrale.
Goffredo Gaeta maakt gebrandschilderde ramen en geglazuurde keramiek. En hij is niet de eerste de beste faience-maker: er staan werken van hem in Belgrado, Kyoto en in het MoMa in New York. Op de bovenverdieping van zijn atelier heeft hij een klein museum ingericht dat de stijlevolutie van het aardewerk illustreert. Wie niet genoeg kan krijgen van het aardewerk van Faenza, moet zeker even langslopen in het Museo Internazionale delle Ceramiche, in het centrum van de stad.
We logeren net ten zuiden van Faenza, op het wijndomein van de familie Trerè. ‘Wij hebben vijf kamers, vier appartementen en een suite, een zwembad en een eigen restaurant, maar onze hoofdbezigheid blijft toch nog altijd onze wijnkelder’, vertelt Massimiliano Fabbri. Het domein werd begin jaren zestig opgestart door Valeriano Trerè, Massimiliano’s grootvader, en is intussen gegroeid tot 35 hectare.
Herinnering aan rode wijn
Het familiebedrijf maakt tientallen wijnsoorten, maar het uithangbord is de Amarcord d’un Ross (plaatselijk dialect voor ‘ik herinner mij een rode wijn’). Dat is een robuuste rode wijn die twee jaar rijpt op kleine eiken vaten. Massimiliano is bij-zonder trots op deze wijnsoort, die wordt gemaakt met Sangiovese-druiven, één van de drie plaatselijke druifsoorten die door de grootvader van Massimiliano uit de vergetelheid werden gehaald.
Agriturismo Trerè is zeer gunstig gelegen om Faenza te verkennen, maar mis ook Brisighella niet, een middeleeuws dorpje in de uitlopers van de Apennijnen. Bezoek zeker Terra di Brisighella, een kleine delicatessenwinkel waar je terecht kunt voor allerhande streekspecialiteiten. Ernaast is een klein kunstatelier gevestigd waar voor zeer redelijke prijzen keramiek te koop is. De plaatselijke snackbar Bar Roma serveert pizza’s vanaf € 2,50.
Het andere Umbrië
Als je de Via Emilia verder volgt in de richting van de kust, kom je automatisch terecht in Le Marche. Deze streek, die in het Nederlands soms De Marken wordt genoemd, ligt ten noorden van de Apennijnen, maar is niet te vergelijken met de rest van Noord-Italië. Qua landschap en qua cultuur sluit Le Marche helemaal aan bij het aangrenzende Umbrië: terwijl wijn- en landbouw heel belangrijk zijn in Emilia-Romagna, zijn olijfolie, truffels en stevige bergkazen de belangrijkste exportproducten van Le Marche.
Het centrum van de olijfindustrie is Cartoceto. Liefde op het eerste gezicht, zo omschrijft de Nederlandse Judith Volker haar kennismaking met dit pittoreske dorpje op vijftien kilometer van de kuststad Fano. Samen met haar man, de Duitser Axel Bach, baat Judith Villa Cartoceto uit, een gezellige bed & breakfast aan de rand van het dorp. Villa Cartoceto telt vier verzorgde kamers, allemaal met een eigen badkamer. Als de temperatuur het toelaat, wordt het ontbijt geserveerd op het terras met schitterend uitzicht over de met olijfbomen begroeide heuvels.
Het koppel is ook de drijvende kracht achter het restaurant Osteria del Cardinale. Axel kookt er eenvoudige gerechten en gebruikt daarvoor uitsluitend verse streekproducten: organische olijven, artisjokken, zelfgekweekte groenten, vers-geplukt fruit en natuurlijk de extra vergine olijfolie Cartoceto, destijds de eerste Italiaanse olijfolie met een DOC-bepaling.
Vlakbij de bed & breakfast ligt Gastronomia Beltrami, een delicatessenzaak die in heel Italië grote naamsbekendheid geniet. ‘Sommige mensen komen afgezakt vanuit Rome om hier voor meer dan duizend euro aan producten in te slaan’, vertelt Vittorio Beltrami, de stamvader van deze bloeiende familiezaak. Vittorio is een wandelende encyclopedie. Hij kent alle wijnboeren, kaasmakers, likeurstokers en hamrokers van Le Marche bij naam en hij schept zichtbaar genoegen in het helpen van zijn klanten. Hij is ook de eigenaar van Frantoio della Rocca, één van de drie olijfoliemolens die het dorp rijk is, en van de kaaswinkel Il Covo dei Formaggi, in het nabijgelegen Calcinelli di Saltara.
Cartoceto is ideaal gelegen om het noorden van Le Marche te verkennen. Echt grote steden zijn er niet in de regio, maar de stadjes Urbino en Fossombrone zijn meer dan een omweg waard. Het stadscentrum van Urbino staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en wordt gedomineerd door de neoklassieke kathedraal en het prachtige renaissancekasteel dat nu onderdak biedt aan een indrukwekkende kunstcollectie. Onder de aanwezige schilderijen bevinden zich ook enkele werken van de schilder Rafaël (1483-1520), die in Urbino werd geboren. Zijn geboortehuis is nog steeds te bezoeken.
Lekker griezelen
Fossombrone is vooral bekend door zijn voetbalteam dat eigendom is van de Belgische couturier Dirk Bikkembergs, maar het stadje heeft ook een verrassend cultureel erfgoed. Je vindt er onder meer een interessant kunstmuseum en de bibliotheek bezit lithografieën van Dürer, Poussin en Rembrandt.
Bovendien is er een zeer interessant archeologisch museum. Fossombrone lag aan de Via Flaminia, de heirbaan die werd aan-gelegd om Rimini te verbinden met Rome, en er zijn dus nog flink wat Romeinse overblijfselen te vinden.
Andere grote steden kent Le Marche niet, maar aan pittoreske dorpjes geen gebrek. We komen toevallig terecht in Urbania, een middeleeuws dorpje aan de oever van de Metauro. Het dorp dankt zijn naam aan paus Urbanus VIII. Die was van plan om er een renaissancistische modelstad van te maken, maar van die plannen is gelukkig niet veel terecht gekomen. Urbania heeft veel van zijn middeleeuwse wallen en smalle straatjes behouden. Alleen het Palazzo Ducale herinnert aan de hoogtijdagen van de Renaissance. Je vindt er nu een klein museum met onder meer kaarten van de cartograaf Gerard Mercator.
Bezoek ook zeker de Chiesa dei Morti. Toen de crypte van deze kerk werd ontruimd, ten gevolge van de Napoleontische Code, ontdekten de inwoners van Urbania een groot aantal natuurlijk gemummificeerde lichamen. Ze staan nu tentoongesteld in open kisten. Lekker griezelen.
(
Tekst Hans Sterkendies,
fotografie Liesbet Cornelissen)
Voor tips en adressen in Emilia-Romagna en Le Marche zie Italië Magazine voorjaar 2008.
Speciaal voor lezers van Italië Magazine stelde Fundadore Travels een reis samen naar Emiglia-Romagna en Le Marche. Kilk hier of kijk onder 'aanbiedingen'.