(T)huis in Rome

Ewout Kieckens

We zochten een woning in Rome. Daarvan zijn er 1.175.736. Toch was het een hele zoektocht. Gelukkig zijn er mensen die erbij helpen. Makelaars zijn niet schaars. Ik begrijp ook wel waarom. Ze vragen een hoog tarief aan zowel de koper (tot
wel vier procent van de koopsom) als aan de verkoper. Mijn ­vroegere kapper kluste als makelaar bij. Het kwam wel eens voor dat hij tijdens een knipbeurt een telefoontje – nog zo een met een draad eraan – kreeg van een geïnteresseerde koper. Dan bungelde enkele minuten de spiraaldraad om mijn lokken en hoopte ik maar voor hem dat hij zijn schaar niet voor de hoorn aanzag.
Een ander lid van het makelaarsgilde was Andrea, een gemotiveerde man die me bombardeerde met mails met aanbie­dingen. Maar Andrea kon beter butler worden. Hij sprak me voortdurend met dottore aan, maar ik ben geen arts en heb geen doctoraat. Met knipmesbuigende makelaars (die je natuurlijk nooit de waarheid zouden zeggen) koop je geen huis. Uiteindelijk kwamen we uit bij Luca, die pakken droeg met te korte pijpen en die in schoenen zonder sokken liep. Dat schijnt in de mode te zijn, vermoedelijk bij een bepaald slag mensen en hopelijk niet voor lang. Helaas had Luca wel – wat later bleek – onze droomwoning in de portefeuille. Dus heb ik talloze keren achter die hoogwaterpijpen moeten lopen: bij de eerste bezichtiging, de tweede, nog eens met de architect op inspectie, met de taxateur van de bank…

We waren bijna rond toen zich er een probleem aandiende. Hoorde de cortile, de binnenhof, eigenlijk wel bij de woning? Of was het collectief bezit van het condominio, van ook de eigenaren van de andere appartementen? ‘Natuurlijk hoort hij bij de woning’, zei Luca, die als het moest ook zijn eigen mamma bij opbod zou verkopen. Maar de beheerder van het appartementencomplex was lang niet zo zeker. In de vorige koopakte, uit de jaren vijftig, stond er niets van in. Als je niets zwart op wit hebt, heb je de poppen aan het dansen, is het niet nu, dan wel in de toekomst. Voor je het weet heb je oorlog in je ‘condominium’. Dat zie je overal om je heen. Het komt wel eens voor dat je in een flat de lift wilt nemen. Je staat erin, maar dat ding komt niet omhoog. Je drukt weer op de knop, en nog eens, je schopt zachtjes tegen de deur om een mogelijk defect contact te activeren, maar er komt geen beweging in de lift. Dan valt je oog op een gettoniera, een kastje waarin een gettone (een munt) gaat. Je gooit er geld in en warempel de lift ontwaakt. Dat kastje is natuurlijk aangebracht door de bewoners van de hogere etages, die uitgerust met een speciale gettone wraak nemen op het feit dat de eerste etage niet heeft meebetaald aan de installatie van de lift. De notaris waarbij we het voorlopig koopcontract wilden tekenen, zag geen wolkje aan de lucht. In de vorige akte was alleen sprake van ‘een klein terrasje’. Daarmee kon ook het balkonnetje van de woning worden bedoeld. De notaris promoveerde doodleuk het terrasje tot cortile en voegde in de gekopieerde tekst van de nieuwe akte toe: ‘en een balkon’. Die notaris kan ik iedereen aanraden. Zo’n voorlopig koopcontract, waarbij al een flink voorschot wordt betaald, is trouwens schreeuwend duur en eigenlijk helemaal niet nodig. Maar we lieten ons graag gek maken, zoals de meeste Italianen. Het zal maar gebeuren dat de verkoper zijn woning aan meerdere partijen heeft verkocht. Dat zou natuurlijk compleet crimineel zijn, maar het was niet uit te sluiten. Wat ook zou kunnen gebeuren is dat de verkoper een schuld heeft uitstaan, waarvan hij niemand op de hoogte heeft gebracht, en dat een schuldeiser vordering komt doen op het verse tegoed (ons geld). Het is duidelijk: de nacht zou geen rust bieden.
We hadden nauwelijks de handtekeningen gezet in het kantoor van de notaris of de verkoper en de notaris verlieten de ruimte. Ik begreep de hint. Luca moest worden betaald. Ik overhandigde hem een papieren zak met een enorme bundel twintigjes en vijftigjes. Het had ons een week van dagelijks pinnen gekost. Van onze kant kun je het bepaald geen zwart geld noemen. De makelaar pakte gretig de bundel en ging haastig de biljetten tellen. Plotseling gleed de bundel uit zijn handen. De biljetten dwarrelden door de kamer. Luca reikte met zijn hoogwaterpijpen en blote kuiten wanhopig naar de grond. Hij graaide in een belabberde Twisterpositie, op handen en voeten, naar de biljetten. Ik schoot niet te hulp.
Ik ben thuis in Rome. ✦

(Illustratie Sylvia Weve)

Ewout Kieckens woont al vele jaren in Rome en schreef diverse boeken. Hij belicht opmerkelijke zaken van het leven in Italië.

Italië Magazine editie 6 2019

Italië Magazine editie 6 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads