Strandrituelen

Terug in Toscane

Als typisch Nederlands campingkind nam ik alleen een ­bad­- laken mee naar het strand. Een eigenlijk overbodig badlaken. Als vader van twee Nederlands-Italiaanse kinderen lig ik in 2020 op een strandbedje van een stabilimento balneare met zijn rituelen en ongeschreven wetten.
Het ontbreken van een passende vertaling van het concept ‘stabilimento’ zegt veel over het verschil tussen de gemiddelde Italiaanse en Nederlandse strandbeleving. Een stabilimento biedt alles om een dagje strand zo comfortabel mogelijk te maken, een luxe waar de meeste Italianen graag geld voor vrijmaken.
De stabilimento-ervaring begint bij de ontvangst. Salvatore, een van de bagnini, opent onze parasol en klopt de strand­bedjes even op. Als we nog iets nodig hebben, dan mogen we het laten weten. De hele zomer is de meest linkse rood-witte parasol op de derde rij van ons. Dankzij corona gaan we niet op reis en dus hebben we voor het eerst een seizoensabonne­ment genomen bij dit etablissement in Gaeta.

De eerste rij is erg gewild, vooral bij ouders met kleine kinderen. Toch hebben wij vriendelijk geweigerd. Direct het water in springen is leuk, maar je zit er midden in een gestaag uit-dijende speeltuin. Daarnaast is de bagnasciuga, de scheidslijn tussen het natte en het droge zand, ook de plek voor diepgaande gesprekken over het Europese herstelfonds, Juventus of dat bijzondere visgerecht van gisteravond.
Het gepensioneerde koppel naast ons arriveert met een ­heerlijke stapel kranten. Sinds de geboorte van Libero raak ik meestal niet verder dan de voorpagina. Gloria noemt de buren zio en zia (oom en tante), wat vooral de mevrouw doet smelten. Achter ons ligt een gezin van vier heerlijk ontspannen te zonnen. Geen wonder, met twee tieners. Libero en Gloria gaan rechtstreeks naar hun vriendjes en de zandkastelen aan de kustlijn.
Ze negeren de wirwar van benen die hen rechts en links passeren. Nergens wordt er door Italianen zoveel gewandeld als op het strand. Van tieners tot opa’s en oma’s, iedereen maakt in de loop van de ochtend een wandelingetje. Donatella en ik proberen met de kinderen het eind van de baai (en weer terug) te halen. Dat lukt meestal door onderweg bij de ambulante verkoper een mierzoete donut (hier heet die ciambella, zwemband) te halen. Het doel heiligt de middelen!
Italianen hechten aan zwemrituelen, vooral als het om hun kinderen gaat. Net als gisteren wordt Luca, een van de kindjes van de eerste rij, na exact tien minuten badderen door zijn moeder naar de kant geroepen. Zij staat klaar met een badjas. Ondanks de 35 graden droogt ze het jochie grondig af. Overtollige zandkorrels worden vakkundig verwijderd, waarna Luca in een droge zwembroek wordt gehesen. Pas als elk lichaamsdeel weer in de zonnebrand is gezet, komt zijn beloning, een stuk pizza, tevoorschijn. Vanaf de derde rij kijk ik met een mengeling van bewondering en verbazing naar zoveel strandefficiëntie. Gloria sleept intussen in haar blote billen een andere bimba met een harkje mee naar een zandkasteel in aanbouw. Ze zit zelf van top tot teen onder het zand. Libero duikt voor de tigste keer samen met een blauw dolfijntje de golven in.
Rond half een bewegen de eerste strandgangers zich richting de douches. We gaan lunchen met een minimum aan decorum. Even later zit iedereen in een vers setje hippe zwem­kleding aan tafel. Tafelkleed, wijnglazen, alles erop en eraan. Na een glas witte wijn en een zalig bord spaghetti alle vongole (kokkels, of venusschelpen) beweegt het collectief zich weer richting de strandbedjes.
De barman draait de volumeknop omhoog. De zon kruipt richting de horizon, teken dat het uur van de aperitivo bijna is aangebroken. Dan komt Libero’s favoriete zomerhitje over reggae aan het strand langs. “Ho voglia di ballare un reggae in ­spiaggia”, zingt hij heupwiegend mee. Gloria neemt een bij haar leeftijd passende zangpartij voor haar rekening: “Ah, ah, ah”, haakt ze op het juiste moment in. Ze gaat ritmisch door haar knieën en maakt een pseudo-pirouette. De inburgeringscursus van onze Brusselse kinderen is volgens mij al voltooid. •

Nederlander Roeland Scholtalbers verhuisde na 13 jaar Brussel terug naar Toscane. Samen met zijn Italiaanse vrouw Donatella, zoontje Libero en dochter Gloria herontdekt hij de geneugten van het Italiaanse leven.

Italië Magazine editie 6, 2020

Italië Magazine editie 6, 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads

instagram