Nerojaanse toestanden

Ewout Kieckens

Julius Caesar is bij mij om de hoek geboren. Hij woonde in de Suburra, een wijk in het oude Rome. Hier woonde de massa, het volk, in insulae, vierkante woonkazernes die opgebouwd waren uit zo’n vijf woonlagen rondom een kleine binnenplaats, de cavaedium. Op de begane grond was een taberna, een winkel of werkplaats. Op de vliering van de begane grond werden goederen opgeslagen of woonden de ambachtslieden. De appartementen op de eerste verdieping werden beschouwd als de beste. Hoe hoger, hoe minder prestigieus de woningen werden. De insulae waren meestal vanaf de tweede verdieping van hout. Geen wonder dat Rome nog wel eens in brand stond, en heus niet alleen in 64 na Christus onder Nero.
Al tweeduizend jaar heeft Nero dat etiket van brandstichter, ook al was hij op die bewuste julidag in het jaar 64 niet in Rome. In literatuur en film wordt hij verbeeld als een sadist (hij liet ook nog zijn eigen moeder doden) die van blijdschap de lier speelde en zong terwijl Rome brandde. Software­producent Nero Burning ROM – bekend van het branden van cd’s en dvd’s – is naar hem vernoemd.
Er was in zo’n insula hooguit één toilet, dat wil zeggen: niet meer dan een gat in de grond. Goed voor één persoon. Wie op de vijfde etage woonde, moest telkens naar beneden. Om de zoveel tijd, misschien maar eens per jaar, werden de putten schoongemaakt. Mogelijk waren deze putten verbonden met het riool. “Maar uit de literatuur is op te maken dat mensen vaak de doorgang blokkeerden uit angst voor ongedierte en dat brand zou overslaan”, vertelde een Amerikaanse geschiedenisprofessor me, specialist in Romeinse toiletten. Ik zie trouwens de moeder van de professor al voor me toen hij een kleine jongen was: “Wat wil je worden als je groot bent?” “Latrinekenner.”

Er is in tweeduizend jaar tijd niet veel veranderd. Suburra heet nu Monti, maar de woonkazernes van toen zijn de appartemen­tencomplexen van nu. Wij wonen sinds kort in zo’n moderne insula: een vierkant complex van vijf verdiepingen rond een cortile, een binnenplaats. Het complex bestond zeker al in 1939 (uit dat jaar is de oudste kadasterkaart afkomstig), maar stamt vermoedelijk uit de jaren rond 1900. Wij wonen op de eerste etage, in de Romeinse tijd dus de meest ­luxe verdieping, maar nu liggen de beste woningen op de ­bovenste etages. Daar is het uitzicht beter. Op de vijfde woont een musicus van een bekende Italiaanse popgroep. Hij is zo bekend dat laatst in de ‘Corriere della sera’ stond dat zijn vrouw een kind had gekregen. Als goede én nieuwe buur leek het ons wel aardig om de moeder een cadeautje te geven. Ik belde aan en een hoogzwangere vrouw deed open. Het was gelijk duidelijk hoe laat het was: ik was te vroeg met mijn geschenk, en ‘Corriere della sera’ is geen serieuze krant meer.
Op de begane grond zijn winkels, helaas van het goedkopere soort. Precies onder ons een kleine supermarkt voor toeristen die altijd open is. In de winkel staat van ’s ochtends vroeg tot na middernacht een jonge man uit Bangladesh. Hij woont er nota bene. Achter zijn winkel is een kamer waar hij slaapt. Dat is natuurlijk niet toegestaan, maar zo was het ongetwijfeld ook in de oudheid. Maar hopen dat hij niet met een petroleumkacheltje zijn kamertje verwarmt; ik heb geen behoefte aan Nerojaanse toestanden. We wonen aan de ­binnenplaats, die van ons is. Dat betekent wel dat de ogen van vier verdiepingen en acht woningen op ons zijn gericht. Privacy hebben we niet. En dat is eigenlijk heerlijk. Je hoort de televisie bij de buren op driehoog, waar twee zussen wonen, die kennelijk nogal doof zijn. Het journaal van acht uur komt tegenwoordig luid en duidelijk door. Geregeld valt er een knijper naar beneden. Boven ons lopen namelijk de waslijnen van de ene naar de andere kant, alsof we in Napels zijn. Pas gewassen beddengoed ruikt heerlijk. Meestal vallen de knijpers vanaf de tweede verdieping, waar een 83-jarige vrouw woont. Eens in de zoveel tijd sturen we onze dochter naar boven om een zakje knijpers te overhandigen. Onze dochter is dan een uur weg, want de bejaarde vrouw vindt het heerlijk om te kletsen. Op de derde verdieping woont een school­kameraadje van onze dochter. Beiden zijn in staat om zo luid met elkaar te communiceren dat het hele ‘palazzo’ kan meegenieten. Heel Italiaans allemaal. Heerlijk! ✦

Ewout Kieckens woont al vele jaren in Rome en schreef diverse boeken. Hij belicht opmerkelijke zaken van het leven in Italië.

 

Italië Magazine editie 4 2019

Italië Magazine editie 4 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads