‘La Dotta’, 20 jaar later

Terug in Toscane

Zaterdag 20 januari 2001, Bologna. Gehuld in lange zwarte jassen kijken Donatella en ik in de camera. Achter ons Santo Stefano delle Sette Chiese, een complex van oorspronkelijk zeven kerken, waarvan er slechts vier de tand des tijds hebben doorstaan.
We hebben elkaar precies een week eerder in Siena ontmoet. Rond middernacht sta ik op het punt om naar huis te gaan, wanneer mijn maatje Filippo me overhaalt om nog een laatste biertje te drinken. In het gewoel van mijn stamcafé Il Barone Rosso staat Donatella plots voor me. Zij is net als Filippo een eerstejaars economiestudent. Ik ben meteen verkocht door haar natuurlijke charme. Mijn Italiaans is beperkt, maar we hebben maar weinig woorden nodig. De nodige Babylonische spraakverwarring – waarbij onder andere ­Beuningen Birmingham wordt – mag de pret niet drukken.
Een paar dagen later accepteert Donatella mijn aanbod voor een lang weekend Bologna. Ze zal later toegeven dat ze toch wel twijfelde om met een onbekende Nederlander op vakantie te gaan. We overnachten bij twee Nederlandse studentes, die ik een paar weken eerder tijdens een slapeloze 24-urige busreis Breda–Bologna heb leren kennen.

En zo struinen we hand in hand door het prachtige Bologna. Platenzaken, kledingwinkels (Donatella laat subtiel merken dat er aan mijn garderobe gewerkt moet worden), een goddelijke sachertorte in een knus eethuis, en de nodige aperitivi. Na een diner met onze gastvrouwen belanden we zelfs in een geïmproviseerde discotheek op een fabrieksterrein die in een dystopische film niet zou misstaan. Maar dat is slechts decor. We hebben enkel oog voor elkaar.
Zaterdag 5 september 2020, Bologna. Twintig jaar na dato zijn we eindelijk weer terug in de universiteitsstad, die daarom ook wel la dotta (de geleerde) wordt genoemd. De trein heeft plaatsgemaakt voor de auto, waarin ­we een kleuter en een peuter vervoeren. Deze keer worden we ontvangen door onze vrienden Roberto en Barbara en hun zoontje Leone, die de volgende dag naar Brussel verhuizen. We hebben extra veel te bespreken, omdat wij recent de omgekeerde weg hebben bewandeld. Al kletsend doorkruisen we bekende en onbekende delen van de stad.
In de joodse wijk, met zijn smalle straatjes en lange galerijen, stoppen we om te lunchen. Aan de ene kant van de straat kopen we overheerlijke verse tortellini, die we op het terras van het café aan de overkant met een goed glas bier verorberen. Tradities uit Bologna en Brussel sluiten op natuurlijke wijze op elkaar aan. Twintig jaar geleden konden we elkaar minutenlang diep in de ogen kijken. Als we nu een seconde de aandacht laten verslappen ligt er een bord tortellini op de grond, of erger.
Na een uurtje wandelen we weer verder. Gloria accepteert eindelijk een zitje in de kinderwagen, klaar voor een middagdutje. Dan is Libero plots ook moe natuurlijk. Om hem af te leiden, stel ik voor een sprintje te trekken tot het paaltje aan het eind van de galerij. Dat werkt altijd. Door het jongleren met de kinderen breken onze gesprekken op in flarden. We genieten van de zon en de gezellige drukte op straat. Af en toe wisselen Donatella en ik een blik van verstandhouding als we iets herkennen uit ons vorige bezoek, een passage uit hoofdstuk 1 van ons gezamenlijk leven.
En natuurlijk poseren we aan het eind van onze wandeling weer even voor Santo Stefano delle Sette Chiese. Toen had ik nog fotorolletjes op zak, nu komt de telefoon tevoorschijn. Ik trek Donatella wat dichter tegen me aan. Het gevoel is nog precies hetzelfde. Er is in twintig jaar tijd niets veranderd. •

Nederlander Roeland Scholtalbers verhuisde na 13 jaar Brussel terug naar Italië en pendelt tussen Turijn en Florence. Samen met zijn Italiaanse vrouw Donatella, zoontje Libero en dochter Gloria herontdekt hij de geneugten van het Italiaanse leven.

Italië Magazine editie 6/2021

Italië Magazine editie 6/2021

Restaurant van het Jaar 2022

Restaurant van het Jaar 2022

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads