Holadaitti

Ewout Kieckens

In een hotel in Alto Adige sloeg ik de lokale krant open. “De Italiaanse minister-president Conte…”, zo begon een artikel. Vreemd… het leek wel of het over een buitenlandse mogendheid ging, maar we waren toch zeker in Italië?
Honderd jaar maakt Alto Adige – Südtirol in het Duits – nu deel uit van Italië. In 1919 kwam het gebied als oorlogsbuit in handen van het land. Geheel onterecht. Tirol had meer dan vijf eeuwen onderdeel uitgemaakt van Oostenrijk en had niets met Italië van doen.
En er is in een eeuw weinig veranderd. Als je Bolzano, Merano en Laives even niet meerekent – daar wonen de meeste mensen die Italiaans als moedertaal hebben – dan is Alto Adige eigenlijk nog steeds een Oostenrijkse provincie. De inwoners hebben een Italiaans paspoort, maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Zelfs de belastingen gaan niet of nauwelijks naar Rome. Dat is te danken aan een vergaand autonomie­verdrag. Negentig procent van het geld blijft in de provincie. Die ‘schillings’ (laten we in stijl blijven) besteden ze trouwens uitstekend, Alto Adige is de rijkste provincie van Italië. Er is nauwelijks werkloosheid. “Fitch (een belangrijke krediet­be­­oordelaar, red.) heeft onze provincie gehonoreerd met de ­hoogste kredietwaardering”, vertelde gouverneur Arno Kompatscher mij tevreden op zijn kantoor. Het functioneert daar in Alto Adige allemaal piekfijn. Tipp-topp.
Toch is niet iedereen tevreden in Alto Adige/Südtirol. Het komt erop neer dat de Italiaanstaligen zich achtergesteld voelen en de Duitstaligen vinden dat de Tiroler autonomie niet ver genoeg gaat. In Bolzano nam het hoofd van een rechtse partij de Tiroler vlag trots in handen. Deze Sven Knoll wilde ook nog wel even voor een affiche poseren met de tekst “Alto Adige is geen Italië”. Alto Adige – Südtirol, zei hij natuurlijk – zou met Oostenrijks Tirol een eigen regionale staat moeten gaan vormen, vond hij. Omdat ik toch in Bolzano was, heb ik ook de charmante Ulli Mair van Die Freiheitlichen gesproken. Die partij wil een eigen Freistaat Südtirol, zei ze.

Je vraagt je af waarom ze zo graag van Italië af willen. De Duitstaligen hebben toch zeker alles wat hun hartje begeert. De voertaal is Duits, of wat daarvoor doorgaat. Het lokale dialect begin je (als Nederlander) pas te begrijpen na drie grappa’s, dan wel schnaps. Alle plaatsnaamborden zijn twee­talig, meestal komt eerst het Duits, dan het Italiaans. In de jaren dertig hebben de fascisten de Duitse namen Italiaans gemaakt. Daaraan hebben we steenkolenvertalingen te danken als Villabassa (Niederdorf) en Monguelfo (Welsberg).
Het is er zo Oostenrijks dat mannen bij gelegenheid leder­hosen dragen en vrouwen dirndl. Nog meer clichés? Er klinkt ‘Holadaitti’ op zijn tijd, ze eten Knödel en Strudel. Ze lezen de ‘Dolomiten’, de krant die ik ook in handen had, en kijken naar de uitzendingen van de Oostenrijkse televisie. Ze hebben Duitstalige scholen, waar het Italiaans wordt onderwezen als elke andere buitenlandse taal. Veel Südtirolers spreken dan ook geen fatsoenlijk Italiaans.
Voor de Italiaanstaligen geldt hetzelfde. Ook die groep heeft zijn eigen school, krant, sportclub, kerk, verenigingshuis enzovoorts. Zelfs de sauna’s zijn gescheiden. In ‘Duitse’ sauna’s moet je naakt zijn, in ‘Italiaanse’ is het de bedoeling dat je een zwembroek of badpak draagt. Italianen zijn namelijk een beetje preuts in die dingen. Alto Adige/Südtirol is verzuild, zoals Nederland in de jaren vijftig. Je hebt een Duitse zuil en een Italiaanse zuil. En dan is er ook nog de zuil van de minuscule Ladinische minderheid.
Sommige Duitstaligen zeggen wel afscheid te willen nemen van Italië, maar genieten heimelijk van de voordelen van het Italiaans zijn. Ze zijn welvarender en autonomer dan ze ooit in Oostenrijk zouden zijn. Ze hebben ook een beetje de levenslust van de Italianen overgenomen. Zelfs de charmante separatistische Ulli zei me dat de Italiaanse invloed positief is. “Hun eten, mode, ongedwongenheid en fantasie hebben ons verder gebracht.”
Vooral vanwege dat eten en drinken moet Alto Adige lekker Italiaans blijven. Het is een gastronomische parel. Michelin heeft aan negentien restaurants in Alto Adige één of meer sterren uitgedeeld. Dat is ongeveer één Michelinster per 25.000 inwoners, een ongekend gemiddelde. Heel Oostenrijk heeft maar achttien sterrenrestaurants. Het kan toch niet anders dan dat Alto Adige die toppositie te danken heeft aan het feit dat de provincie in Italië ligt, toch (ook) het mekka van smulpapen. • (Illustratie Sylvia Weve)

Ewout Kieckens woont al vele jaren in Rome en schreef diverse boeken. Hij belicht opmerkelijke zaken van het leven in Italië.

Italië Magazine editie 4, 2020

Italië Magazine editie 4, 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads

instagram