De apotheek van de pausen

Rosita Steenbeek

De Santa Maria della Scala, de kerk van de Heilige Maria van de trap, in Trastevere, werd gesticht rond 1600 nadat een icoon van de madonna die boven een trap hing, een doofstom kind had genezen. De naburige apotheek is naar ditzelfde wonder genoemd en daar loop ik binnen zoals vaak wanneer ik in de buurt ben. De apotheek is gevestigd in de vroegere kloosterhof die met glas werd overdekt en waarvan de bogen werden beschilderd met afbeeldingen van kruiden.
“Het is altijd een voorrecht hier een aanschaf te doen”, zeg ik tegen de apothekeres.
“Dit is nog niks vergeleken met die hierboven”, antwoordt ze.
“Hierboven?”
“In het klooster, ‘de apotheek van de pausen’. Il padre kan u er meer over vertellen.” Ze kijkt naar de priester achter me.
“U maakt me nieuwsgierig.”
De priester, gehuld in pij, zegt dat de apotheek te bezoeken is op afspraak maar hij gunt me alvast een blik. Ik volg hem door een deur naast de apotheek, door gangen en trappen met oude plavuizen tot we in een halletje komen met kasten vol flessen en potjes. We zijn nu in het klooster van de ­Ongeschoeide Karmelieten, waartoe ook hij behoort, vertelt mijn gids, vader Iwan uit India. Op de kleurige etiketten lees ik ‘Elisir del carmelita, Acqua Samaritana.’
Met een oude sleutel opent vader Iwan de elegante deur.

Het is alsof ik in een tijdmachine ben gestapt en de ­achttiende eeuw binnenloop. De apotheek is sinds 1700 niet veranderd. De langwerpige ruimte met notenhouten kasten vol potjes en flesjes wordt schemerig ­verlicht door antieke lampen. Op de lange ­toonbank ­prijken weegschalen en een fraai ­versierde zilverkleurige kassa. In het midden van het met ­bloemen, kruiden en apothekersattributen beschilderde plafond is het wapen van de orde afgebeeld. De monniken die hier aan het eind van de 16de eeuw introkken bestudeerden kruiden en planten om de medebroeders en zusters mee te behan­-
delen maar later kon iedereen van hun ­ont­­dekkingen profiteren en hun ­producten ­werden zo ­roemrucht dat ook ­kardinalen, ­
prinsen en de ­lijfartsen van pausen hier hun heil zochten. De apotheek werd gebruikt tot deze na WOII ­verhuisde naar de kloosterhof en nu in privébezit is.
Mijn blik wordt getroffen door een glazen karaf met felroze vloeistof. ‘Acqua antipestilenziale’ staat op het etiket, inderdaad een medicijn tegen de pest. In een kast ernaast zijn kleurig versierde keramieken potten uitgestald met ‘sanguisughe’ erop geschreven, bloedzuigers, voor aderlatingen. Die behulpzame diertjes werden gebracht door mensen van het platteland evenals kruiden, planten en ook adders, een ingrediënt van het beroemdste medicijn dat hier werd verkocht, theriak. Vader Iwan wijst op een marmeren amfoor bijna zo groot als hijzelf. “Het ontstond in de eerste eeuw voor Christus aan het hof van Mithridates, koning van Pontus bij de Zwarte Zee, als antidotum tegen vergiftiging.”
Het bevat zeer veel ingrediënten, onder meer monnikskap, alruin, wolfskers en andere giftige planten. In de eerste eeuw werd het verbeterd door de arts van keizer Nero die er onder meer addervlees aan toevoegde. Tweeduizend jaar werd het gebruikt tegen alle kwalen.
“Ik laat het u ruiken”, zegt mijn gids en tilt de marmeren deksel van de amfoor. Ik snuif de geur op, doordringend, kruidig, spannend. De arts van Nero verhoogde de dosis opium van dit wondermiddel en men vermoedt dat keizer Marcus Aurelius verslaafd raakte.
In een achterkamertje bestemd voor studie staat een kruidenkast beschilderd met de portretten van de vaders der geneeskunst, Galenus, Hippocrates, Avicenna en vele anderen. De luiken voor de ramen zijn eveneens ­versierd met kleurige schilderingen, van kruiden waaronder marihuana. In een boekenkast worden kostbare boeken bewaard en op het voorblad van een opengeslagen herbarium uit 1755
staat geschreven in het Latijn: “Kruiden, geen woorden genezen ziektes.”
Vervolgens laat vader Iwan de Pilloleria zien waar met een ingewikkeld apparaat pillen werden gefabriceerd, en de Liquorificio voor het brouwen van drank. Sommige producten zijn te koop in de sacristie van de Karmelietenkerk Santa Maria della Vittoria.
“Ook theriak?”
“Nee,” lacht vader Iwan, “maar wel op het ­internet.” •

(Illustratie Edith Buenen)

Schrijfster Rosita Steenbeek verhaalt over haar dagelijkse leven in Italië.

Italië Magazine editie 5, 2020

Italië Magazine editie 5, 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads

instagram