Caffè op de Campo

Rosita Steenbeek

In de vroege ochtend ga ik naar de Campo de’ Fiori, noten, groente en fruit kopen. Van een afstand zie ik het beeld van Giordano Bruno uittorenen boven de kraampjes. Al meer dan tien jaar koop ik noten en gedroogd fruit bij Manuele. Hij begroet me altijd allerhartelijkst, laat me proeven van net gearriveerde amandelen of gedroogde mango, geeft korting en zendt een kus aan la mamma. Hij heeft al vaak gezegd: “Als je nou een keer vroeg komt, om een uur of negen, dan drinken we een caffè.” Iets voor negenen ben ik bij zijn kraam. Hij komt achter de noten vandaan, omhelst me en vraagt waar ik die koffie wil genieten. “Waar jij dat gewoonlijk doet.” “Laten we naar Bruno gaan.” Dat blijkt ook mijn stamtent, op de aangrenzende Piazza del Biscione.

De barmannen zijn verrast ons samen te zien en Manuele wordt door iedereen gezoend. Ook door een oudere gesoigneerde heer. Wanneer we buiten aan een tafeltje zitten met onze caffè macchiato vertelt hij dat die heer signor Dino is, eigenaar van de Forno Campo de’ Fiori, de bakkerij op de hoek, die al tweehonderd jaar voor het lekkerste brood en gebak zorgt. Naast de Via del Pellegrino met die boog over de straat. Bij die boog woonde de oom van Manuele.
“Aan hem heb ik mijn leven te danken. Ik was een nakomertje. Mijn moeder was bijna vijftig en niet erg gezond toen ik me aandiende. Ze had al twee grote kinderen. Het was beter dat ik niet geboren werd, maar voordat daartoe maatregelen werden getroffen zei de broer van mijn opa dat hij de verantwoordelijkheid voor mij op zich zou nemen. Hij gaf financiële steun en ik kon er altijd terecht. Hij was heel gastvrij, net als zijn vrouw. Oudere mensen hier vertellen me dat ze als kind regelmatig daarboven bij die boog aan tafel schoven. Dan liep mijn oom over de markt en zei: “Kom jongens, een hapje eten. Hij wist dat sommigen wel eens tekort kwamen. Dan stond mijn tante te roeren in een enorme pan met pasta, un cofanetto, noemde je dat. Ik ben hier opgegroeid. De markt was heel anders. Vooraan de vismarkt, die nu is verdwenen, achteraan de bloemen, zoals nu, maar met veel meer kramen. Alles kon je hier krijgen, ook brood en melk.” Die tijd heb ik ook nog meegemaakt.
“Nu zijn er allemaal regeltjes die met de hygiëne te maken hebben”, vervolgt hij. “Flauwekul. Tegenwoordig is alles in plastic verpakt, alsof dát goed is. Mijn vader stond ook op de markt. Hij verkocht groente en fruit en wilde dat ik hem hielp en de kraam zou overnemen. Hij was zo’n klassieke patriarchale vader bij wie ik liever uit de buurt bleef. Toen ik klein was hielp ik hem wel.” Hij lacht. “Hij haalde trucjes uit met het wegen. Wanneer iemand een kilo druiven bestelde dan had hij al een papieren zak gevuld met twee ons losse druiven. Die kon je niet meer verkopen. Een andere veelgebruikte handigheid, vooral als je verkocht aan restaurants, was om kistjes van tevoren nat te maken zodat het hout doordrenkt was en dus zwaarder. Iedereen wist dat die dingen gebeurden, je had zelfs respect voor elkaars slimmigheden. In het noorden heb je dat niet, maar daar is het dan ook saaier. Nu heeft mijn broer de kraam.”
Manuele heeft ook een tijd in de politiek gezeten voor de ­Partito Radicale. “Panella was een mooie kerel, een echte ­vrijdenker. Die hebben we nodig. Maar ja, die is ons helaas ontvallen.” Nu zit hij in de noten en dat bevalt hem goed. Hij houdt van het contact met collega’s en met de klanten. Voor ons bij ristorante Da Pancrazio worden kistjes met groente ­afgeleverd. Nat?
“Dat gebouw staat op de tempel van Venus hè?” zeg ik. Hij weet het. “Overal zit wat achter of onder in deze stad, dat is het mooie.” Manuele moet weer naar zijn kraam.
“Signor Dino heeft de koffie betaald.”
Ik loop nog even mee om groente en fruit te kopen.
“Zal ik je voorstellen aan mijn broer?” “Ik had mijn vaste kraam al gezegd dat ik langskwam.” “Wie?” Ik wijs.“O, de familie uit Velletri. Aardige mensen en goede spullen.” Ja daarom, en ook omdat ze uit de plaats komen waar keizer Augustus vandaan kwam en waar vele eeuwen voor onze jaartelling een bliksemschicht op de muur duidelijk maakte dat die stad een machtig man zou voortbrengen.
Op een dag dat de familie er niet staat ga ik eens buurten bij de broer van Manuele. •

Schrijfster Rosita Steenbeek verhaalt over haar dagelijkse leven in Italië.

Italië Magazine editie 5 2019

Italië Magazine editie 5 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads