Bloemist – stylist

Ewout Kieckens

De vader van mijn vrouw is bijgezet in een columbarium. Dat is heel gebruikelijk in Italië. Zo’n urnenmuur is fascinerend. Het is eigenlijk de tegenhanger van de flat, waar het merendeel van de stedelijke bevolking woont. Dat kan zo’n muur wel iets relativerends geven. Zo van: na de dood is iedereen gelijk.
De urnenmuur zit vol nissen en heeft wel iets van een duiventil. Dat is ook de Latijnse betekenis van columbarium. Elk graf is niet groter dan een vierkante meter en heeft een klein – vaak ovalen – fotootje van de overledene. Ook de naam en de geboorte- en overlijdensdatum staan erop. Geen Bijbeltekst, of de verwijzing naar een Bijbelvers (dat is protestants). Hooguit een kruisteken. Diehard communisten hebben – als het er dan toch van moet komen – een hamer en sikkel, vrijmetselaars een passer en winkelhaak.
De meeste nissen beschikken over een klein vaasje waarin bloemen staan. Altijd chrysanten. Chrysanten staan gelijk aan kerkhofbloemen. Het is zelfs zo dat het niet op prijs wordt gesteld als je chrysanten geeft aan een levende, bijvoorbeeld omdat je bij haar of hem komt eten. Het kerkhof en de dood moet je vooral ver weg van je houden, vinden Italianen. Ze hebben wel een punt…

Als de doden niet omringd worden door chrysanten, zijn het kunstbloemen die hen vergezellen. De duiventil staat er vol mee. Wel handig natuurlijk. Zo hoef je niet al te vaak naar de begraafplaats. Anna, een bloemenverkoopster bij de gemeentelijke begraafplaats van Rome, klaagde tegen mij dat “de nabestaanden eerst elke dag voor hun geliefde komen, daarna elke maand, en daarna zie je ze niet meer”. Dat mensen nauwelijks bloemen kopen, heeft echter ook een andere reden. Bloemen in Italië zijn duur. Heel duur.
Voor de paradijsvogelbloem die mijn vrouw mooi vindt, moet je wel vijf euro per stuk ophoesten. Een bosje bloemen dat je in Nederland voor vijf euro koopt, kost hier vier keer meer. Daar staat wel iets tegenover. In Nederland is het een kwestie van: plastic erom, een zakje voeding eraan geplakt, pinnen en door. Het is een zaak van een paar minuten. In Italië wordt er tijd voor genomen – bloemen kopen is een metafoor van het Italiaanse leven. De bloemen worden één voor één schoongemaakt: de stengels worden bevrijd van bladeren en zoveel mogelijk ander groen. De bloemist gebruikt daarvoor een soort ronde Philipshave. Epileren zit hier in het DNA. Het voetje van de stengel wordt vervolgens (zelden schuin) afgesneden en dan wordt de bos ingepakt. Inpakken gebeurt altijd in crêpepapier. “Wit, rood, lila, ja lila is mooi voor deze bos, of toch maar geel of oranje”, zegt de bloemist als een heuse stylist. Er worden gekrulde linten aangebracht. Daarna wordt er een mitrailleurvuur aan nietjes ingeknald, zodat de bos ook na een lange scooterrit heel aankomt. Het kost tijd en geld (altijd cash), maar je hebt een heus spektakelstuk in handen. Je kunt rustig aankloppen bij je gastvrouw (soms -heer).
Bloemen hoeven niet duur te zijn. In de wijk in het centrum van Rome waar we wonen staat een ‘mobiele’ bloemist. Daarmee bedoel ik de man die in de minuscule cabine van zijn Ape zit, zo’n typische Italiaanse bakfiets met tweetaktmotor. De wagen staat op een strategische kruising. Op de laadbak is een soort open etalage met bloemen ingericht. Een lust voor het oog. De bloemist, een jonge twintiger uit Napels, heeft mooie bloemen voor mooie prijzen. Er is altijd wel ruimte om wat af te dingen. “Als ik twee bossen neem, geef je me dan twee euro korting?”
De laatste maanden staat hij niet meer op zijn vaste plek. Toen ik hem laatst elders in de wijk zag, vertelde hij dat de politie het hem moeilijk maakt. Al drie keer werd hij beboet, en zijn handel geconfisqueerd. Tja, hij is een mobiele bloemist, maar ook een illegale. Dat is natuurlijk niet goed, maar het leven in Rome speelt zich nou eenmaal af op de grens van de illegaliteit.
Ik vind het wel sneu. Voor hem. En voor mijn vrouw, zal ik maar zeggen. Gelukkig heb ik het telefoonnummer van de Napolitaan. Hij is nog steeds in de buurt, maar heeft geen vaste plek. Hij rijdt als opgejaagd wild door de stad en maakt korte stops. Als ik nu bloemen wil, bel ik hem en komt hij even later voorgereden. Zijn prijzen zijn er alleen maar beter op geworden. Ik kan nu met gemak een heel columbarium versieren. ✦

Ewout Kieckens woont al vele jaren in Rome en schreef diverse boeken. Hij belicht opmerkelijke zaken van het leven in Italië.

Italië Magazine editie 6 2019

Italië Magazine editie 6 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads