Op brood kun je niet zingen

Liza

Een broodje eten. Het idéé! Hoe kwam ik erop. Dat was ronduit stokken tussen mijn eigen spaken zetten. Of zoals ze in Italië zeggen: Non metterti i bastoni fra le ruota!

Ik was ondanks alle regels, alle in te vullen autodichiarazioni en natuurlijk een paar onvermijdelijke tamponi (tsja, hebben ze zo’n rijke taal, kiezen ze uitgerekend ‘tampon’ om de coronatest mee aan te duiden…) dan toch eindelijk in Rome aangekomen. De tests waren zonder overdrijven trouwens duurder dan het viersterrenhotel, maar dat terzijde. Het was het waard. Na eeuwen muzikale stilte was er nu dan eindelijk weer een groot concours. Natuurlijk zouden de juryleden hun eigen studenten kiezen en was het misschien een tikkeltje doorgestoken kaart. Dat kon me niet schelen. Ik wilde meedoen, hoe dan ook. Erbij zijn. Me laten horen. De tinteling weer voelen; de emotie. De unieke mix van angst, controle, vrijheid, plezier en voldoening die ik alleen op het podium kan voelen.

Het appèl; de convocazione was om 10:30 uur; dan volgde de repetitie met de pianiste. Dan officieel twee uur pauze (Italianen moeten natuurlijk wel even rustig kunnen lunchen als ze maar liefst anderhalf uur achter elkaar hebben gewerkt) en dan zouden de echte audities beginnen. Natuurlijk voelde ik al aan mijn water dat zo’n krappe lunchpauze zomaar een tikkeltje uit zou kunnen lopen. Maar goed, je weet het niet; ooit hebben ze het Colosseum gebouwd en de Via Appia aangelegd; iets van dat organisatietalent zou de tand des tijds toch kunnen hebben doorstaan, kriskras zijn overgesprongen van generatie naar generatie en uiteindelijk pardoes zijn beland in een verre nazaat in het Rome van vandaag.

Vandaar mijn idee: het broodje. Met een lekkere panino hoefde ik niet op een lege maag te zingen, maar was ik ook weer niet zoveel tijd kwijt dat ik te laat zou komen, mocht een en ander voor de verandering op tijd beginnen.
Nou dat was dus een belachelijk idee. Een broodje als lunch, hoe kwam ik erop! – ratelde mijn docente agitatissima in de telefoon. Brood zou mijn keel natuurlijk veel te droog maken. Op brood kun je niet zingen. Dat deden de grote zangers uit het Gouden Tijdperk van de Opera toch zeker ook niet? En hoe dacht ik dat dan wel niet te verteren?

Hier maak ik even een kleine noot: Italianen hebben namelijk een heel andere stofwisseling dan wij. Waar wij barbaarse Noorderlingen vrolijk met een volle maag het zwembad in plonzen, moeten Italianen na het eten van een banaan drie uur plat om te digerire, voordat ze weer kunnen zwemmen. Kinderen al helemaal. Laat staan als ze meer eten dan een banaan. Een bord pasta of zo: om dat te verteren, zijn ze zo een middag zoet. Natuurlijk verteren ze wel brood; maar dan moet het wel minstens 72 uur zijn gerezen, overgoten zijn met de juiste olio extra vergine etc. etc. Dit geldt al voor de ‘gewone’ Italiaan, dus laten we de gevoelige maag van Italiaanse operazangers vooral buiten beschouwing laten.

Goed, pasta dus. Een flink bord pasta moest ik eten, uiteraard. Met een lekker romige saus. Nou ja, romig; van melkproducten maak je slijm aan en daar worden je stembanden niet vrolijk van. Dus dat natuurlijk niet. Om over sauzen met peper maar niet te spreken. Dat irriteert de keel en dan ligt een hoestbui midden in je Mozart-aria gevaarlijk op de loer. Of tomaat, gekkenwerk! Met al die reflux ben je zo een week je stem kwijt.

Enfin, een paar uur later (na het inzingen moesten we nog 1,5 uur op de gang wachten waardoor onze arme stembandjes volledig waren afgekoeld en wij bijna in slaap) was het moment toch daar. Ik mocht. Na alle obstakels was ik zó blij daar toch maar te staan. Ik beklom het podium en… zong de sterren van de hemel. Van de uitslag nog geen spoor, maar zoals ik al zei; daar ging het niet om. Ik was in het Teatro dell’Opera di Roma en ik zong. Daar ging het om.

Toen ik weer buiten stond, was er nog tijd voor een mooie giro. Het Pantheon, Navona, Trevi en de Campo dei Fiori. In álle maar dan ook álle rust genoot ik al wandelend van mijn espresso to go (raar maar waar: als je belt, rookt of een beker in je hand hebt, hoef je buiten geen mondkapje op!). Toen nog een heerlijke aperitivo in Trastevere en het zat erop.

De avond omhelsde de dag met een fluwelen rode cape.

Volgende keer praten we weer over Toscane. Beloofd.

Liza Rebecca van der Peijl (29) studeerde operazang in Toscane en beleefde vele avonturen tijdens haar jaren in Siena en Florence. Ze vertelt over kleurrijke ontmoetingen en onalledaagse ervaringen, tegen het decor van het Italiaanse leven van alledag.

 

 

 

 

 

 

 

 

Italie Magazine editie 3/2021

Italie Magazine editie 3/2021

Restaurant van het Jaar 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads