‘Nu ik blind ben, zie ik alles helder’

Rosita Steenbeek

Op zijn twintigste vertrok Andrea Camilleri naar Rome, de stad die vervolgens 73 jaar zijn woonplaats was, maar zijn geboortegrond Sicilië bleef het decor van zijn beroemde detectivereeks over commissaris Montalbano. De schrijver kwam uit Porto Empedocle, waar ik het bronzen beeld zag van zijn geesteskind toen ik er de boot nam naar Lampedusa.
De laatste tijd stond Camilleri veel in de krant. Onlangs nog, met een groot interview onder de kop: ‘Nu ik blind ben zie ik alles helder.’ De eensgezindheid rond Matteo Salvini deed hem denken aan de jaren dertig en de geestdrift voor Mussolini. Door tegenstanders werd hij prompt uitgemaakt voor communista, wat hij ook was. Camilleri nam geen blad voor de mond en zou optreden in de Thermen van Caracalla, maar dat is er niet meer van ­gekomen. Zijn hart – dat het ondanks een dagelijkse dosis sigaretten 93 jaar heeft volgehouden – gaf het op.

Het bericht van zijn dood was voorpaginanieuws in alle kranten. Er zou geen staatsbegrafenis zijn, geen mogelijkheid tot afscheid op het Capitool of in het Quirinaal, maar na een begrafenis in intieme kring (zijn Romeinse vrouw, meer dan zestig jaar aan zijn zijde, zijn drie dochters en nog een enkeling) op het Cimitero Acattolico, het niet-katholieke kerkhof, konden mensen daar een laatste groet brengen. Toen ik er vroeger vlakbij woonde, ging ik regelmatig naar dit mooie kerkhof om er op een bankje wat te lezen. Ik vermoedde dat het die middag een enorme oploop zou worden en besloot een paar dagen later te gaan.
Het is een afwisselende wandeling, langs de Tiber, de tempel van Vesta, de Bocca della Verità, door de Via Marmorata, de straat van de marmerbewerkers, tot ik eindelijk de poort zie, met bloeiende oleanders aan weerskanten, erboven ‘RESURRECTURIS’, ‘voor wie zullen verrijzen’. Dat is er na 1870 opgezet, want tot die tijd had het Vaticaan het voor het zeggen en dat was ervan overtuigd dat er voor een niet-katholiek geen opstanding in zat. Er mochten dan ook geen kruisen op de graven staan en grafschriften als ‘hier ruht in Gott’ en ‘God is love’ werden verboden. De begrafenissen vonden ’s nachts plaats met fakkels en flambouwen, om geen aanstoot te geven. Protestantse ambassadeurs wisten dit stukje grond aan de voet van de piramide los te krijgen van het Vaticaan, voor hun ontslapen geloofsgenoten. Later werden hier ook joden, hindoes en communisten begraven.
Het kerkhof is mooier dan ooit, de graven liggen onder hoge pijnbomen en cipressen, tussen weelderig bloeiende bloemen en struiken waar hemelsblauw de boventoon voert. Een pijl geeft de richting aan naar het graf van Camilleri. Ik ben verrast er zoveel mensen aan te treffen, allemaal stil. Sommigen zitten op een bankje, anderen op de sokkel van het beeld van een engel waarnaast Camilleri rust. Er liggen bergen bloemen, briefjes, een sigaret, een dichtbundel van Roberto Saba, ‘Le polpette al pomodoro’. Er staat ook een potje bramenjam en een glazen pot met water, zand en schelpjes.
“Uit de zee bij Porto Empedocle”, zegt een mollige vrouw die de pot liet meenemen door een familielid. Ja, zij komt er ook vandaan, maar woont in Rome. “Rome is mooi, Rome heeft alles, maar Sicilië blijft in je hart.”
Na enige tijd loop ik een klein stukje verder, naar het graf van Gramsci, de oprichter van de communistische partij die door Mussolini werd vastgezet en toen hij na tien jaar ­vrijkwam, meteen stierf.
Dichtbij ligt ook Dario Bellezza, poeta maledetto, gestorven aan aids, met wie ik naar de begrafenis van Alberto Moravia ging. Nog een bekende van me is hier begraven, land­genoot Frederik Belinfante, ‘medico a Roma’, en tenslotte wandel ik naar het graf van ‘de man wiens naam was geschreven in water’ (de Engelse dichter John Keats), en naar dat van zijn vriend en vakbroeder Percy Shelley in de schaduw van de piramide. Camilleri is in goed gezelschap.
Op de terugweg eet ik een bramenijsje, denkend aan Camilleri die naar verluidt zo van bramen hield. •

Schrijfster Rosita Steenbeek verhaalt over haar dagelijkse leven in Italië.

 

Italië Magazine editie 6 2019

Italië Magazine editie 6 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads