Met nieuwe ogen

Terug in Toscane

Ik fiets door Florence. Bak voorop, twee lege kinderzitjes achter me. De zon staat al hoog aan de hemel, maar toch lijkt de stad nog niet volledig tot leven gekomen.
Ik draai Piazza della Santissima Annunziata op. Twee ouders en hun dochter rennen achter een bal aan. Een non steekt het plein over.  Op de trappen van l’Ospedale degli Innocenti, Europa’s eerste weeshuis, zit een Afrikaanse jongen op zijn mobieltje te tokkelen. Een paar maanden terug botste ik hier nog bijna op een toerist met selfiestick.
Dat risico is vandaag nihil. Ik slalom lui tussen de spaarzame wandelaars richting Duomo. Er gebeurt veel minder en ik zie veel meer. De twee middelbare heren die aan de kant van de weg kaarten op een platgelegd reclamebord. Een twintiger die door haar husky voortgetrokken wordt. Het lijkt wel of de bakermat van de Renaissance een doodgewone provinciestad is geworden. Michelangelo’s David staart voor zich uit, verbaasd door het gebrek aan aandacht. Ook Neptunus kijkt me vertwijfeld na terwijl ik langs de Uffizi richting Ponte Vecchio fiets.

Ik was veertien toen ik me voor het eerst vergaapte aan al het moois dat hier te zien is. Toen we aan het begin van het millennium in Siena woonden, namen Donatella en ik regelmatig de bus naar Florence. Dan wandelden we bij aankomst naar de Mercato di San Lorenzo die bekend staat om zijn producten van leer. Ik kocht er in 2001 een beige leren jas die ik bijna 20 jaar later nog af en toe uit de kast haal. Een andere keer lieten we samen met een bevriend koppel een weinig flatterende cartoontekening maken. Bezoekjes aan Florence waren altijd een heerlijk avontuur.
Maar nooit maakte de stad zo’n indruk op me als vandaag. In mijn eentje passeer ik door nauwe straatjes waar je normaal gesproken over koppen kunt lopen. Ik zie mensen in plaats van de gebruikelijke mensenmassa.
“Mindy,” roep ik naar mijn Amerikaanse collega die voor me langs kruist. Ze vertelt me vol verve dat vandaag de grote dag is. Ze heeft na drie coronamaanden weer een afspraak bij de kapper. “Kijk deze uitgroei, allemaal grijs haar.” In plaats van dat weer te verven heeft ze besloten voor een natuurlijke zilveren coupe te gaan. “Dit is een nieuw begin, Roeland!”
Voor de ingang van de Cappelle medicee staan twee toeristen met trolley geduldig te wachten om de graven van de godfathers van de Renaissance te bezichtigen. Iets verder parkeer ik mijn fiets om op een terrasje te gaan zitten. Als de ober langskomt om mijn bestelling op te nemen, besluit ik er een prosecco van te maken. Het is tenslotte een nieuw begin en daar moet op gedronken worden. Salute!

Nederlander Roeland Scholtalbers verhuisde na 13 jaar Brussel terug naar Toscane. Samen met zijn Italiaanse vrouw Donatella, zoontje Libero en dochter Gloria herontdekt hij de geneugten van het Italiaanse leven.

Italië Magazine editie 4, 2020

Italië Magazine editie 4, 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads

instagram