Hoofdsteden

Roeland Scholtalbers

 

Het is al even geleden, maar ooit was Florence kortstondig hoofdstad van Italië. Het toenmalige koninkrijk werd in 1861 verenigd. Vier jaar later verliet koning Vittorio Emanuele II zijn paleis in Turijn. Het leek handiger en veiliger – niet in het minst voor de koning zelf – om de hoofdstad wat verder van keizerrijk Oostenrijk te positioneren. Wanneer ik me in de periode verdiep, lees ik dat Napels ook een optie was, maar dat uiteindelijk Florence met de buit aan de haal ging.

En dus arriveerde de koning begin 1865 per trein in de bakermat van de Renaissance. Vittorio Emanuele II koos het prachtige Palazzo Pitti op de zuidelijke oever van de Arno voor zijn privévertrekken. Geen gekke keuze als je het mij vraagt, met het uitzicht over de prachtige Boboli-tuinen. Tegenwoordig zijn er in Palazzo Pitti meerdere musea, waaronder de Galleria Palatina. Vlak voor corona dwaalde ik urenlang tussen de werken van Bot­ticelli, Titiaan, Rembrandt en Rubens. Het meest onder de indruk was ik echter door de levensechte ‘Amorino dormiente’ van Caravaggio. De pikzwarte achtergrond, de lichtval en de kleurschakeringen op het lijfje van de slapende cupido. Prachtig!
Laatst bezochten we met de hele familie ook de Boboli-tuinen. Een ideaal uitje met kinderen. In de weidse tuinen kunnen ze hun energie kwijt zonder risico op schade. We proberen momenteel elk weekend iets te kiezen uit het
Florentijnse assortiment, omdat onze familiekaravaan binnenkort weer verder trekt. We leggen de omgekeerde route van Vittorio Emanuele II af. Donatella gaat in Turijn werken en ik ga naar Flo­­rence pendelen.

In het voorjaar waren we met de hele familie al even in ’s lands eerste hoofdstad. We genoten van de koninklijke allure van de brede lanen en ruime pleinen. We gingen hardlopen aan de oevers van de Po. Vanaf de Monte dei Cappuccini keken we uit over de stad. Op piazza Vittorio Veneto krioelde het van de mensen op de zaterdagmarkt. Ons fietshart ging harder kloppen door het zicht op de besneeuwde Alpentoppen in de verte. Links zagen we de contouren van het stadion van mijn favoriete voetbalclub. Niet die met zwart-witte strepen, maar de roemruchte Torino Football Club. De iconische Mole Antonelliana, de Turijnse Eiffeltoren, torende trots boven de daken uit. La Mole, bekend van de Italiaanse euromunt van twee cent, was met ruim 167 meter het hoogste gemetselde gebouw toen het in 1889 de deuren opende. Bij een goede espresso op het plein rond de iconische Gran Madre-kerk laten we ons vertellen dat de Torinesi prat gaan op de verschillende primeurs van de stad. Schijnbaar is Turijn op verschillende vlakken de oudste, de eerste, de hoogste etc.
Donatella en ik hadden meteen weer een klik met Turijn, net als toen we hier tijdens de Olympische Spelen in 2006 een aantal dagen doorbrachten. Ook Libero en Gloria hadden het prima naar hun zin. Speeltuin en gelateria stonden ­cen­traal in ons programma, dat heeft vast geholpen.
We vonden aan het eind van het zonnige weekend ook een passende woning, de uitvalsbasis voor een volgend hoofdstuk in een voor ons relatief onbekende hoek van dit heerlijke land. Via het spoor blijft de band met ons geliefde Toscane toch in stand. Ik reken erop dat mijn treinreis Turijn-Florence korter duurt dan die van de koning 150 jaar eerder. •

Nederlander Roeland Scholtalbers verhuisde na 13 jaar Brussel terug naar Italië en pendelt tussen Turijn en Florence. Samen met zijn Italiaanse vrouw Donatella, zoontje Libero en dochter Gloria herontdekt hij de geneugten van het Italiaanse leven.

Italië Magazine editie 5/2021

Italië Magazine editie 5/2021

Restaurant van het Jaar 2022

Restaurant van het Jaar 2022

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads