Een roos van Rafaël

Rosita Steenbeek

Begin maart verheugde ik me op een bezoek aan de grote Rafaël-tentoonstelling in het Museo delle Scuderie, de vroegere paardenstallen van de paus. Helaas gingen drie dagen na de opening de deuren dicht vanwege corona. Nooit eerder waren er zoveel schilderijen en tekeningen van over de hele wereld bijeengebracht ter ere van de grote meester die 500 jaar geleden stierf, op 37-jarige leeftijd. Dit hele jaar zou er elke dag een verse roos worden gelegd op zijn graf in het Pantheon. Maar helaas, ook de bloemisten hadden huisarrest.
In de verlaten stad kwam ik Rafaël op bijna elke straathoek tegen. Overal hing het zelfportret van de jonge schilder met de zachtmoedige blik. Rafaël behoort tot mijn lievelings­schilders. Diep onder de indruk was ik van de loggia’s in het Vaticaan geïnspireerd door de schilderingen in de Domus Aurea en de wand- en plafondschilderingen in de Villa della Farnesina bij de Tiber, maar het meest werd ik geraakt door zijn portretten. Die geven je het gevoel dat je werkelijk oog in oog staat met de geportretteerde.

Gelukkig werd de tentoonstelling geprolongeerd en nu kan ik hem toch zien. Er moet via de website op vijf minuten nauwkeurig worden gereserveerd. Een mondkapje is verplicht, we krijgen vijf minuten per zaal, worden begeleid door een medewerker en tachtig minuten later zullen we buiten staan. Ik reserveer om 13.05, een tijdstip waarop een Italiaan zich aan het middagmaal zet, waardoor het misschien extra rustig zal zijn.
Een kwartier voor aanvang ben ik op de Piazza del Quirinale, waar wachten geen straf is. Ik kijk naar de beelden van Castor en Pollux met hun paarden, waarvan er een werd getekend door Rafaël. Achter hen, tegen een blauwe lucht, wappert de Italiaanse driekleur ten teken dat president Mattarella thuis is.
Voor de ingang van het museum staan maar een paar mensen te wachten. Exact om één uur mogen we naar binnen. Nadat we onze handen hebben gedesinfecteerd en via een scherm onze temperatuur is gemeten worden we verzocht op een van de stippen te gaan staan die anderhalve meter uit elkaar op de grond zijn gezet. Achter een lint zijn pijlen getekend in ­verschillende richtingen zodat de vloer net een modern kunstwerk lijkt. Klokslag vijf over één volgen we onze begeleider. In de eerste ruimte is het beroemde graf van Rafaël ­nagebouwd. Als hartstochtelijk liefhebber van de Oudheid wilde hij in het Pantheon begraven worden. De tentoonstelling volgt zijn leven maar dan omgekeerd, eindigend met zijn geboorte in Urbino. Na vijf minuten klinkt er een zachte bel en schuiven de tien bezoekers die per zaal zijn toegestaan door naar een volgende.
We zien Rafaël als de grote renaissancekunstenaar in zijn verbluffende veelzijdigheid, als schepper van de privévertrekken van de paus, van altaarstukken, van lieflijke madonna’s met kind, als grandioos portrettist. Ook een liefdes­gedicht van zijn hand is uitgestald en een brief aan paus Leo X, met een plan hoe beter om te gaan met oudheidkundige schatten. Daarmee kon iedereen tot 1502 doen wat hij wilde, waardoor veel beelden en zuilen in kalkovens verdwenen.
Het is schemerig in de zalen. Hier en daar vlamt het rode gewaad op van een kardinaal of paus. Intens wordt er gekeken van boven de mondmaskers naar al die onbedekte, indringende ­portretten. Precies tachtig minuten later staan we buiten, wat maar weer eens bewijst dat Italianen uitstekende organisatoren zijn.
De volgende ochtend loop ik kort nadat de deuren zijn geopend, het stille Pantheon binnen. Er ligt inderdaad een rode roos op het beroemde graf. Aan een bewaker vraag ik of er werkelijk elke dag een verse wordt neergelegd. “Jazeker”, antwoordt hij. “Een collega is net een nieuwe halen op de Campo de’ fiori.”
Even later verschijnt de man met een rode roos. Hij pakt de bloem die er ligt en vervangt hem door de verse. “Hij is nog onaangetast”, zeg ik. Met een zwierig gebaar overhandigt de man me de roos van gisteren. Als ik met de bloem in mijn hand naar huis wandel, werp ik een dankbare blik op de beeltenis van de jonge kunstenaar. •
(Illustratie Edith Buenen)

Schrijfster Rosita Steenbeek verhaalt over haar dagelijkse leven in Italië.

 

Italië Magazine editie 6, 2020

Italië Magazine editie 6, 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads

instagram