Dol op water

Ewout Kieckens

Dat Italianen (geen enkele uitgezonderd) gek zijn op water zie je in zomers Rimini en aan de Amalfikust. Bij goed weer trekken volksstammen erop uit om naar het strand te gaan, en gaan ze, hoewel eigenlijk alleen in augustus, het water in. Het water in meren vinden ze maar niets.
Maar de Italianen (alle 60 miljoen) zijn ook gek op een ander soort water. Dat zie je als je voor een willekeurige supermarkt gaat turven hoeveel sixpacks flessen mineraalwater naar buiten worden gesjouwd. Italianen (van 0 tot 111 jaar, ’s lands oudste) zijn dus niet alleen zeefanaten, maar ook kampioen waterdrinken. Belangrijk is dat het water gebotteld is. Wereldwijd gezien drinken Italianen (op de inwoners van Mexico en Thailand na) het meeste gebottelde water per hoofd van de bevolking.
Dat is natuurlijk nergens voor nodig. Ik hoor ook wel eens buitenlandse toeristen zich afvragen of ze het kraanwater kunnen drinken. Natuurlijk, we zijn geen ontwikkelingsland! Het kraanwater is prima. De antieke aquaducten, althans in Rome, voeren nog altijd het beste water aan. Onze woning is er ook op aangesloten. Ik woonde nog maar kort in Italië toen een vuistdikke vragenlijst op de mat viel. Of ik de tienjaarlijkse volkstelling wilde invullen. Ik begon enthousiast vakjes aan te kruisen toen ik op de vraag stuitte: ‘Bent u aangesloten op het aquaduct?’ Een fantastische vraag. Pure romantiek. Je krijgt toch beelden voor ogen van zo’n kaarsrechte bogenrij van tufstenen blokken aan de Via Appia. In werkelijkheid betekent aquaduct in het Italiaans letterlijk ‘waterleiding’. Dat was wel ontnuchterend. Die magnifieke stenen bogen werden op mijn netvlies vervormd tot van die grijze buizen van polyetheen onder de grond.

Italië is geologisch en meteorologisch zo fortuinlijk dat er weinig tekort is aan water en dat het water tot het beste ter wereld behoort. Natuurlijk gaat er ook wel eens iets mis. Zo werd in 2007 ontdekt dat een chemisch bedrijf veertig jaar lang in de Abruzzen giftige afvalstoffen moedwillig in de grond had laten lopen. Het grondwater (falde acquifere in romantisch klinkend Italiaans) is er supervervuild. Dat ze dáár – in de provincie Pescara – aan de mineraalfles zijn kan ik mij voorstellen.
Maar de rest kan gewoon uit de kraan drinken. Zou Italië worden bewoond door alleen Nederlanders, dan kwamen die waterflessen het huis niet meer in, ook al omdat je er negentig euro per jaar mee bespaart. Dan had je ook niet het probleem dat het hengsel van zo’n pak van zes flessen net afbreekt als je op de trap tussen de eerste en tweede etage bent en je naar de vijfde moet.
De reden van die mineraalwatergekte meende ik onlangs te hebben ontdekt. Ik was onderweg naar een kleine Apollo-tempel in Cori, een plaatsje in Lazio, toen ik zo’n waterfles voor een huisdeur zag staan. Was die achtergelaten door de SRV-man? Had de Amazon-koerier niemand thuis aangetroffen? Bij de buurman stonden zelfs twee flessen voor de deur. Later zag ik bijna overal in dit stadje gebruikte plastic waterflessen voor de deur. Aan twee tienermeisjes die in een ­stilstaande Fiat 500 zaten, vroeg ik naar de reden van die flessen. Dat doen ze omdat katten daar dan niet plassen, zei een van de meisjes. Ik vroeg of het helpt. Ze lachte verlegen en zei het niet te weten. Iets verderop zag ik een oudere vrouw en zij vertelde mij dat katten bang zijn voor water, en de schittering ervan.
Maar zo’n waterfles voor de deur is nog geen verklaring voor het feit dat de gemiddelde Italiaan er jaarlijks ruim 220 liter mineraalwater doorheen jaagt. De echte reden is dat leidingwater goedkoop is en de meeste gemeenten er een vast bedrag voor rekenen. Ook al laat je de kraan een maand lang open staan, je betaalt er geen euro meer voor (het is wel jammer van het parket). En in Italië bestaat toch het idee dat er iets niet klopt als het gratis is, of heel goedkoop. Daar komt bij dat het water door de gemeente wordt geleverd, al is dat door privatiseringen tegenwoordig al lang niet meer helemaal het geval. Alles wat van de overheid komt – uiteraard op uitkeringen en subsidies na – is verdacht. Er heerst nou eenmaal een diepgeworteld wantrouwen ten opzichte van de publieke zaak.
Laat ze in Rimini en Amalfi maar niet horen dat de Italiaanse stranden en zeeën ook van de overheid zijn. •

Ewout Kieckens woont al vele jaren in Rome en schreef diverse boeken. Hij belicht opmerkelijke zaken van het leven in Italië.

Italië Magazine editie 1, 2021

Italië Magazine editie 1, 2021

Restaurant van het Jaar 2020

Restaurant van het Jaar 2020

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads

instagram