De ‘donne’ van Donnalucata

Van Amsterdam tot Rome

Sicilië is, zoals jullie waarschijnlijk wel weten, een wereld apart van Italië. Na een geschiedenis gevuld met Noormannen, Fransen, Arabieren en Spanjaarden die hier de dienst uit wilden maken, beweegt zich hier, of eigenlijk juist helemaal niet, het ultieme eigenzinnige mediterrane leven onder de verschroeiende zon die het dagritme van ieder mens, plant of dier streng beheerst. De zon is de zegen en de plaag van de Sicilianen: werken onder deze nietsontziende ster is een lijdensweg, maar het brengt ook inzichten met zich mee. De Sicilianen weten dan ook als geen ander hoe men de tijd moet nemen voor lekker eten en in een rustig tempo de heetste uren over je heen moet laten glijden zonder te veel uit te willen voeren, en dit is een levensstijl waarvan wij hectische Nederlanders nog veel kunnen leren.

We verblijven in het zuidoosten van Sicilië, een half uur (huur)autorijden verwijderd van de barokstad Ragusa en met een hele verzameling van pittoreske Siciliaanse dorpen binnen handbereik. Zo ook het weinig bekende Donnalucata, dat zich slingerend langs de onstuimige Middellandse Zee heeft genesteld, en iedere dag traag de witte schuimkoppen van dit turkooizen gevaarte op ziet af ziet rollen en ze dan weer schoorvoetend terug ziet trekken. Ze doet dit met een onverschillige nonchalance; Donnalucata is een schoolvoorbeeld van een Zuid-Siciliaans dorp, waar de tijd honderd jaar geleden is blijven hangen en het afbladderen van de pastelkleurige verf van de gebouwen het enige is dat vooruitgang lijkt te boeken.


Het is hier dat we een verrassend levendige plek tegenkomen: op een klein kruispuntje in de stad staat een overdekt terras van lichtgekleurd hout, gesierd door een bos van bloemige struiken en mediterrane bomen die schaduw bieden op dit heetste moment van de Siciliaanse dag, de vroege middag. Een verroest bord meldt ons dat we zijn gearriveerd bij Il Consiglio di Sicilia, ‘Het advies van Sicilië’. We raken benieuwd wat dit advies voor ons in petto heeft. Door dit levendige contrast met de rest van het wonderschone maar stoffige barokstadje besluiten we om hier even te gaan zitten en een pasta te eten terwijl we een plan bedenken voor de rest van de middag. We worden begroet door een vrouw met vrolijk gekleurd kort haar en een grote lach op het gezicht: in het Italiaans meldt ze dat ze een tafel voor ons laat dekken, terwijl ze in de tussentijd de mooi vormgegeven menukaart aan ons overhandigt. Onderaan de kaart staat vermeld dat zij, Roberta, de eigenaresse is van het restaurant, en dat ze naast dit restaurant ook diverse (kook)boeken heeft geschreven.

Na een heerlijke fine-dining ervaring waarbij wij niets tekortkomen en we een aantal heerlijke streekgerechten hebben kunnen proberen, waaronder mijn eerste zee-egellinguine ooit – die werkelijk smaakte alsof de woeste schuimkoppen van de zee tot leven waren gekomen op mijn bord – is er tijd voor een praatje met onze gastvrouw. Ik loop het restaurant in waar ze druk staat te overleggen met een kok, maar ze maakt graag tijd voor me. Ik vraag haar wat zij het belangrijkst vindt aan het koken, benieuwd naar de Siciliaanse mentaliteit tegenover de keuken; met een brede lach legt ze aan mij uit dat ze vooral het plezier in de keuken het belangrijkst vindt. Mensen vergeten dat koken niet een verplichting is, maar ook een genot. Vooral de mensen die thuis koken maken het leven een stukje fijner als ze zich realiseren dat koken geen taak is, maar een fijne bezigheid waar veel passie bij komt kijken. Deze speelsheid in de keuken maakt van een maaltijd een ervaring, en dat is wat zij mensen graag wil meegeven. Bovendien is eenvoud de sleutel tot puur genieten: geen poespas, maar ijzersterke ingrediënten die voor zichzelf spreken. Als dat geen Italiaanse mentaliteit is…


Roberta blijkt bovendien niet alleen een sterke chef, maar ook een sterke vrouw: op de vraag of ik een foto van haar kan maken voor haar restaurant, begint ze te stralen en zegt ze “Si! Con le mie donne!” “Met mijn vrouwen!” Na deze vrouwen opgetrommeld te hebben gaan ze voor het fotogenieke restaurant staan en slaat Roberta haar armen om hen heen terwijl ik lachend een paar foto’s schiet. De mannen? Die moeten in de keuken blijven.

Pelle Couwenhoven is student Italiaanse taal en cultuur op de Universiteit van Amsterdam, en heeft van Italië zijn passie en leven gemaakt. ‘Ik reis zo vaak mogelijk af naar il Bel Paese om me de lokale cultuur en de taal zo goed mogelijk eigen te maken, en bovendien struin ik graag rond in Amsterdam op zoek naar de fijnste Italiaanse plekjes en ontmoet ik daarbij menig Italiaan met wie ik al te graag een gesprek aanknoop. Mijn blogs zullen gaan over al mijn ervaringen met Italië en de Italianen, zowel in het land zelf als in mijn thuisbasis, Amsterdam.

 

Italië Magazine editie 4 2019

Italië Magazine editie 4 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Restaurant van het Jaar 2019

Nieuwsbrief

Advertentie

Ads